Kaapverdië, officieel Cabo Verde (Groene Kaap), is een archipel van tien hoofdeilanden in de Atlantische Oceaan, op ongeveer 570 kilometer voor de westkust van Afrika. Sinds de onafhankelijkheid in 1975 vormt het land een bijzondere mix van Afrikaanse en Portugese roots, zichtbaar in de cultuur, muziek en het dagelijks leven. Geografisch behoort Kaapverdië tot de regio Macaronesië, samen met onder andere Madeira, de Azoren en de Canarische Eilanden.
De eilandengroep is verdeeld in twee delen, bepaald door de passaatwind: Barlavento (bovenwindse eilanden) en Sotavento (benedenwindse eilanden).
Van de tien eilanden zijn er negen bewoond: Santo Antão, São Vicente, São Nicolau, Sal, Boa Vista, Maio, Santiago, Brava en Fogo. Santa Luzia is het enige officieel onbewoonde eiland van Kaapverdië en ligt op ongeveer vijf uur varen van São Vicente.
Daarnaast zijn er enkele kleinere eilandjes die vaak worden vergeten, maar lokaal wel bekend zijn en vooral bezocht worden door vissers of tijdens speciale boottochten, zoals Ilhéus Branco & Raso, Ilhéus do Rombo en Ilhéu de Sal Rei.
Wat Kaapverdië uniek maakt, is dat elk eiland een geheel eigen karakter heeft. Het ene eiland is droog en woestijnachtig, terwijl het andere juist groen en bergachtig is. Van brede zandstranden en ontspannen beach vibes tot diepe valleien, steile kliffen en wandelroutes met uitzicht over de oceaan. Kaapverdië is geen bestemming met één vast gezicht, maar juist ideaal om verschillende eilanden te combineren.
Wat veel bezoekers het meest raakt, is de morabeza: de typische Kaapverdische gastvrijheid. Warm, oprecht en zonder haast. Hier ben je geen toerist, maar een gast. Of je nu in een klein bergdorpje bent of in een levendige